
Je hebt jaarlijks recht op 10 betaalde feestdagen. Deze zijn:
| 1 januari | 21 juli |
| Paasmaandag | O.L.V.Hemelvaart |
| 1 mei | Allerheiligen |
| O.H.Hemelvaart | 11 november |
| Pinkstermaandag | Kerstmis |
Wanneer de betaalde feestdag op een inactiviteitsdag van de onderneming of een zondag valt, heb je recht op een vervangingsdag. Deze vervangingsdag wordt per sector, per onderneming of in onderling akkoord tussen werkgever en werknemer vastgelegd. Indien niets werd bepaald, is de vervangingsdag de eerste werkdag volgend op de feestdag.
Je laatste werkgever moet in bepaalde gevallen de feestdagen betalen die vallen binnen de 15 of 30 dagen na het einde van de arbeidsovereenkomst, behalve als je dadelijk aan het werk gaat bij een nieuwe werkgever:
indien je minder dan 15 kalenderdagen in dienst was, dan zijn de feestdagen niet meer ten laste van je ex-werkgever.
Als je tussen de 15 kalenderdagen en 1 maand in dienst was, is er maximaal één feestdag die valt binnen de 14 kalenderdagen volgendo p de tewerkstelling ten laste van de ex-werkgever.
Als je meer dan 1 maand in dienst was, zijn alle feestdagen die vallen binnen de 30 kalenderdagen volgend op de tewerkstelling ten laste van de ex-werkgever.
Deze regeling geldt ook voor uitzend- en studentencontracten.
In bepaalde bedrijven heb je naast deze 10 wettelijke feestdagen ook recht op één of meerdere buitengewone feestdagen.
Voorbepaalde familiale gebeurtenissen of voor het vervullen van je verplichtingen als burger heb je als werknemer in de privésector het recht om voor een bepaalde duur van het werk afwezig te blijven, zonder verlies van loon of wedde. Het recht op betaalde afwezigheid werd eind 1999 ook toegekend aan werknemers die wettelijk samenwonen.
In de openbare sector zijn andere regelingen van toepassing.
De wettelijke voorziene afwezigheid voor de privésector geldt in volgende gevallen:
1. Huwelijk van de werknemer: 2 dagen, door de werknemer te kiezen tijdens de week van het huwelijk of tijdens de daarop volgende week;
2. Huwelijk van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e), van een broer, zus, schoonbroer, schoonzus, van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder,
stiefmoeder, van een kleinkind van de werknemer: de dag van het huwelijk;
3. Priesterwijding of intrede in het klooster van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e), van een broer, zus, schoonbroer of schoonzus van de werknemer: de dag van de plechtigheid;
4. Overlijdenvan de echtgenoot of echtgenote, van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e), van de vader, moeder, schoonvader, stiefvader, schoonmoeder of stiefmoeder van de werknemer: 3 dagen, door de werknemer te kiezen vanaf de dag van het overlijden tot en met de dag van de begrafenis;
5. Overlijden van een broer, zus, schoonbroer, schoonzus, van de grootvader, de grootmoeder, van een kleinkind, van een overgrootvader, een overgrootmoeder, van een achterkleinkind, van een schoonzoon of schoondochter die bij de werknemer inwoont: 2 dagen, door de werknemer te kiezen vanaf de dag van het overlijden tot en met de dag van de begrafenis;
6. Overlijden van een broer, zus, schoonbroer, schoonzus, van de grootvader, de grootmoeder, van een overgrootvader, een overgrootmoeder, van een achterkleinkind, van een kleinkind, schoonzoon of schoondochter die niet bij de werknemer inwoont: de dag van de begrafenis;
7. Plechtige communie van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e): de dag van de plechtigheid of de dag die eraan voorafgaat of erop volgt indien de plechtigheid valt op een zondag, een feestdag of een dag waarop niet gewerkt wordt;
8. Deelneming van een kind van de werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e) aan het feest van de “Vrijzinnige Jeugd” daar waar dit feest plaatsheeft: de dag van de plechtigheid of de dag die eraan voorafgaat of erop volgt indien de plechtigheid valt op een zondag, een feestdag of een dag waarop niet gewerkt wordt;
9. Bijwonen van een bijeenkomst van een familieraad, bijeengeroepen door de vrederechter: De nodige tijd met een maximum van 1 dag;
10. Deelneming aan een jury, oproeping als getuige voor de rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van de arbeidsrechtbank: de nodige tijd met een maximum van 5 dagen, behalve voor het hof van assisen waar geen beperking is;
11. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdstembureau of enig stembureau bij de parlements, provincieraads en gemeenteraadsverkiezingen: de nodige tijd;
12. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdstembureau of enig stembureau bij de verkiezing van het Europese parlement: de nodige tijd, met een maximum van 5dagen;
13. Uitoefening van het ambt van bijzitter in een hoofdbureau voor stemopneming bij de parlements, provincieraads en gemeenteraadsverkiezingen of in één van de hoofdbureaus bij de verkiezing van het Europees parlement. de nodige tijd met een maximum van 5 dagen.
Voor de toepassing van de nummers 4, 7, en 8 wordt het aangenomen of natuurlijk erkend kind gelijkgesteld met het wettig of gewettigd kind. Voor de toepassing van de nummers 5 en 6 worden de schoonbroer, de schoonzus, de grootvader en de grootmoeder van de echtgeno(o)t(e) van de werknemer gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzus, de grootvader en de grootmoeder van de werknemer.
Naast de wettelijke voorziene afwezigheden bepalen sectorale en ondernemingscao’s soms bijkomende afwezigheidsdagen. Voor meer info, wend je je tot de vakbondsafgevaardigde van het ACV of bekijk de module 'Klein verlet' met sectorale aanvullingen op deze site.
Deeltijdse werknemers hebben ook recht op deze afwezigheidsdagen gedurende de dagen die zij normaal zouden gewerkt hebben en dit gedurende de uren die tijdens die dag gepresteerd zouden worden. Zij mogen de afwezigheidsdagen kiezen in dezelfde beperking als de voltijdse werknemers.
Je kan jaarlijks tot 10 werkdagen onbetaald verlof opnemen wegens dwingende redenen (soms ook wel sociaal of familiaal verlof genoemd). Voor deeltijdse werknemers worden deze 10 dagen herleid in verhouding tot hun arbeidsduur. Sommige sectorale of ondernemingsCAO’s voorzien wel in de betaling van 1 of meerdere dagen.
Je kan deze dagen opnemen voor plotselinge gebeurtenissen, onafhankelijk van de wil van de werknemer die ermee geconfronteerd wordt, waarvoor zijn tussenkomst noodzakelijk is en waardoor hij zijn arbeid tijdelijk onmogelijk kan uitoefenen.
De wetgeving bevat geen beperkende lijst van dwingende redenen.
Ouderschapsverlof
Ouderschapsverlof is er zowel voor vaders als moeders. De voorwaarde is wel dat je de voorbije 15 maanden minimum 12 maanden in dienst van je huidige werkgever moet geweest zijn en dat met een volledige of deeltijdse arbeidsovereenkomst.
Wat houdt ouderschapsverlof precies in?
Je kunt 3 maanden thuisblijven om te zorgen voor je kind. Die drie maanden kan je eventueel opsplitsen in periodes van minimaal een maand. Een voltijdse werknemer kan er ook voor kiezen om 6 maanden halftime te gaan werken of 15 maanden lang 1 dag per week thuis te blijven.
Wanneer kan ik ouderschapsverlof opnemen?
Je moet je ouderschapsverlof beginnen voor je kind 12 jaar wordt. Bij een adoptiekind kun je ouderschapsverlof aanvragen vanaf de inschrijving van het kind als deel van het gezin, tot het kind 12 jaar wordt. Ga ook eens na wat daarover afgesproken is in de CAO's van je sector of onderneming. De periode en duur kunnen eventueel gunstiger zijn.
Hoe en wanneer kan ik ouderschapsverlof aanvragen?
Je aanvraag bij je werkgever moet minstens 3 maanden op voorhand gebeuren. Die aanvraagtermijn kan in onderling akkoord ingekort worden. Je doet je aanvraag het best door middel van een aangetekend schrijven. Vraag in elk geval een ontvangstbewijs voor je brief.
Vermeld in de brief de begin- en einddatum van het ouderschapsverlof en voeg een geboorteattest bij. Maak duidelijk voor welke formule (voltijds, halftijds, gefractioneerd) je kiest. Je hoeft het ouderschapsverlof niet in één keer op te nemen, je kunt dat ook gefractioneerd doen, bijvoorbeeld door gedurende 3 jaar ieder jaar een maand voltijds ouderschapsverlof.
Ontvang ik een vergoeding tijdens mijn ouderschapsverlof?
Ja! Werk je voltijds, dan bedraagt deze uitkering 635,23 euro. Kies je voor halftijds ouderschapsverlof dan ontvang je 301,10 euro netto per maand.
Meer informatie over ouderschapsverlof ophttp://www.tijdskrediet.be.
* zijn verplichte velden